Onlangs gaf ik aan dat ik op 13 oktober mijn eerste marathon ga lopen. Ik kijk hier ontzettend naar uit, maar de komende weken staat er nog wat anders op het schema: baanwedstrijden!

Snelheid

Om een goede basissnelheid te krijgen, is het van essentieel belang om intervalsessies of tempotrainingen toe te voegen aan je hardloopschema. De basis ligt bij langzame duurlopen om je uithoudingsvermogen te vergroten, maar met enkele intervaltrainingen kan je op alle afstanden aanzienlijk je tijden verbeteren.

Nu ik nog midden in het baanseizoen zit, komen er nog een aantal snelle trainingen aan waarbij er op of net boven het wedstrijdtempo wordt gelopen. De focus ligt op een snelle 5.000M eind juli, wat betekend dat ik het tempo tegen die tijd aan moet kunnen van ongeveer 2.53 per kilometer. Hier zal dan dus ook regelmatig op getraind worden.

“Om een goede basissnelheid te krijgen, is het van essentieel belang om intervalsessies of tempotrainingen toe te voegen aan je hardloopschema”

Dit soort trainingen worden echter niet veel gedaan. Het herstel na dit soort lactaattrainingen (verzuring) duurt namelijk veel langer dan na een duurloop of gewone tempotraining waarbij het tempo niet zo hoog ligt.

Duurvermogen

Naast de snelheid die de komende weken nog goed geprikkeld wordt, zal er ook steeds meer aandacht gegeven worden aan de langere duurlopen, oftewel het duurvermogen. Richting de marathon komen er natuurlijk lange duurlopen aan, maar ook verschillende tempotrainingen zullen verlengd worden. Afgelopen week liep ik al een week van 130 kilometer en vanaf augustus zal dit nog iets meer gaan worden. Het is belangrijk dat de belasting geleidelijk wordt opgevoerd, aangezien het gevaarlijk is om in een keer te veel kilometers toe te voegen aan het trainingsschema.

Gelopen wedstrijden

De afgelopen periode heb ik behoorlijk veel wedstrijden gelopen. Op 8 juni jl. Werd ik 4e van Nederland op het NK 10.000M. Ik liep hier een tijd van 29.53 minuten. Een hele moeilijke afstand, omdat 25 rondjes op een atletiekbaan enorm saai is en deze afstand een goede basis vereist van zowel snelheid als duurvermogen.

Daarna heb ik nog 2 wegwedstrijden gelopen, waaronder een 5 kilometer (14.29 en parcoursrecord) in Gilze en won ik de 10 kilometer in Roosendaal. Deze wegwedstrijden waren leuk om tussen de baanwedstrijden door te doen, zodat de focus even van de baanwedstrijden wordt afgehaald en er vanuit hier weer verder gebouwd kan worden.

“De 10.000m is een hele moeilijke afstand, omdat 25 rondjes op een atletiekbaan enorm saai is en deze afstand een goede basis vereist van zowel snelheid als duurvermogen”

Er staan nu dus een aantal mooie trainingen op het programma, om in juli nog 3 goede baanwedstrijden te gaan lopen. Ik heb er zin in!