Onwerkelijk. Dat is nog steeds het juiste woord na het behalen van de Olympische Limiet vorige week in Wenen, waar ik deze marathon ook nog eens won! Ik neem jullie graag mee in de laatste dagen voor deze wedstrijd en het verloop van de race.

VOORBEREIDING

De laatste weken in voorbereiding op mijn marathon waren een rollercoaster. Nadat ik eigenlijk een solo marathon zou gaan lopen, had ik die gecanceld omdat ik de kans kreeg om in Polen een officiële marathon te lopen. Echter werd deze 5 dagen van tevoren geannuleerd, vanwege aanscherpingen van de Corona maatregelen in Polen. Mijn motivatie zakte weg en ik wist op dat moment gewoon echt niet wat ik moest gaan doen… In de tussentijd heb ik nog een dierbaar iemand verloren aan Corona, wat deze week al lastig en emotioneel maakte, maar toen kreeg ik alsnog positief nieuws: “Je mag starten in Wenen”! Ontzettend blij, maar ook weer 5 dagen van tevoren, waardoor ik enorm veel moest gaan regelen. Maar dit alles motiveerde me om er het beste uit te gaan halen!

Samen met Luuk Maas ben ik naar Wenen vertrokken met de auto en heb ik mij daar verder redelijk ontspannen kunnen voorbereiden op de marathon. Flink stapelen met eten, maar niet te veel afwijken van patronen die ik vaker doe. Daardoor ga ik niet opeens rare dingen eten of anders doen dan normaal, maar blijf ik mij bijvoorbeeld aan mijn witte broodjes houden met jam en stroop, omdat ik weet dat ik dit goed verdraag.

Op de ochtend zelf heb ik mijn bidons met Maurten klaargemaakt, zodat die afgegeven konden worden bij de drankposten. Elke 7 kilometer kon Luuk mij een bidon aangeven op de toegestane plekken van het parcours, zodat ik mijn koolhydraten goed aan kon vullen!

DE RACE

 Het weer was perfect! Wellicht wat aan de koude kant met 1 graad, maar wel bijna windstil. De organisatie had laten weten dat de kopgroep wegging op een eindtijd van 2:11.30 i.p.v. de eerder aangegeven 2:13.00/2:14.00. Dat stemde mij uiteraard tevreden en direct na het startschot had ik het tempo goed te pakken. De eerste 10 kilometer vlogen voorbij (30.52), wat voor mij erg comfortabel aanvoelde op 3’05 per kilometer. Echter lieten de hazen de tweede 10 kilometer het tempo wat zakken om naar het afgesproken tempo van 3’07 te gaan. Natuurlijk was dit nog helemaal prima, maar ik voelde me fijner bij wat marge die we hadden opgebouwd. De doorkomst halverwege was 1:05.35, wat perfect op schema lag, aangezien ik er vanuit ging dat ik het laatste deel wat tempo zou verliezen.

De eerste haas en eerste loper waren halverwege er al af, waardoor we nog met 3 man samen waren, waarvan 1 haas. Deze haas gaf aan dat hij nog 1 rondje van 7km wilde hazen tot het 28 kilometer punt. Ik merkte dat het tempo wat inzakte en ben bij 27 kilometer wat gaan versnellen. De haas bleef achter bij de andere Oostenrijkse loper en ik stond er vanaf toen helemaal alleen voor. Een enge gedachte, aangezien er nog 15 kilometer afgelegd moest worden, maar ik voelde mij sterk. Mijn snelste 10 kilometer legde ik toen ook af met kilometer van 3’03 en 3’04, zodat ik een beetje speling op kon bouwen!

Ik wist namelijk dat het zwaarste punt nog moest komen, maar die kwam gelukkig pas vanaf 39 kilometer. Ik voelde de kramp er telkens bijna inschieten in mijn hele linkerbeen, maar ik wist ook dat ik perfect op schema liep en genoeg marge had opgebouwd om onder die

2:11.30 te lopen. Met een klein beetje verval in de laatste 3 kilometer, finishte ik uiteindelijke in een tijd van 2:11.07. Een tijd die ik nu, ook als ik het zo typ, nog steeds niet kan bevatten.

Tijdens mijn race hebben zo veel mensen op afstand meegeleefd met mijn marathon, maar ook naderhand, wat enorm veel waard is. Het is allemaal wat anders in deze tijd, maar dit is een onvergetelijke ervaring die ik nooit zal vergeten!